Financiële uitgangspunten Penformance

Uitgangspunten economische scenario’s

Onze economische scenarioset sluit aan bij de uitgangspunten op lange termijn uit de rapporten van de Vereniging van Beleggingsanalisten (VBA; zie ook: VBA Risicostandaarden Beleggingen 2018). Daarnaast houden we rekening met de bandbreedten van Commissie Parameters (Advies Commissie Parameters, 21 maart 2014).

Voor de gemiddelde rendementen op korte (vijfjaars)termijn hanteren we sinds 2018 de BlackRock aannames (Capital Market Assumptions, April 2019). Door de korte-termijn visie passen de scenario’s beter bij de korte-termijnverwachting van beleggingsanalisten. Analisten anticiperen lagere rendementen voor de korte termijn dan voor de langere termijn. Hiermee wordt een realistischer, maar ook somberder beeld geschetst van pensioenuitkomsten van vooral oudere deelnemers.

Het overzicht met (meetkundige) gemiddelden en standaarddeviaties per beleggingscategorie staat hieronder. Deze cijfers zijn op jaarbasis.

Gemiddelde

Beleggingscategorie

Kort

Lang

Standaarddeviatie

Aandelen ontwikkelde markten

5,05%

6,70%

17,00%

Aandelen opkomende markten

5,60%

7,70%

20,50%

Grondstoffen

3,00%

5,00%

20,00%

Bedrijfsobligaties Europa

0,30%

4,03%

  5,00%

Bedrijfsobligaties wereld

0,30%

4,03%

  7,00%

Bedrijfsobligaties hoogrentend

2,00%

5,60%

13,00%

Staatsobligaties ontwikkelde markten (marktrente) 1 2

2,30%

3,70%

n.v.t.

Staatsobligaties opkomende markten

0,80%

5,45%

12,00%

Liquiditeiten

0,45%

2,25%

  1,00%

1 De marktrente bepaalt het rendement op de staatsobligaties; 2 De gemiddelde rente hoort bij een resterende looptijd van 30 jaar

LNBB-model

Afgelopen decennium hebben we gezien dat risico’s zich niet alleen in standaarddeviaties laten vangen. Hier houdt het scenariomodel rekening mee. Het gaat dan om de volgende risicogerelateerde onderwerpen:

  • Tijdsafhankelijke volatiliteit (perioden van kalmte en paniek op de markt)
  • Scheve verdelingen (negatieve rendementen hebben grotere uitslagen dan positieve)
  • Extreme scenario’s (onverwachte marktcrashes)
  • Sterke afhankelijkheid in slechte scenario’s (als een marktcrash optreedt bij één categorie, is de kans groot dat ook een crash optreedt bij een andere categorie)

We hanteren om genoemde redenen dus geen vaste risicopremie per beleggingscategorie.

De rentescenario’s genereren we met een VEC-model waarbij de curve vastgesteld is middels Nelson-Siegel kalibratie. Door het hanteren van rentecurven is in het scenario de hoogte van de rente afhankelijk van de looptijd op de curve. Daarnaast verschilt ook de standaarddeviatie per looptijd.

Het rentemodel gaat uit van de huidige lage rentestand, waarbij de lange (dertig jaar) rente langzaam naar 3,7% groeit in een termijn van vijftien tot twintig jaar. Voor slechte scenario’s (5%-VaR) bedraagt de rente op lange termijn 1%, terwijl voor zeer slechte scenario’s (1%-VaR) de rente zelfs verder zal dalen tot 0%.

Bovendien houdt het model rekening met afhankelijkheid over tijd. Deze tijdsafhankelijkheid is bijvoorbeeld erg groot bij het verloop van de marktrente: zo is de rente van vandaag een goede voorspeller van de rente van morgen.

Overige financiële uitgangspunten

Salarisstijging 21 – 34 5,0%
Salarisstijging 35 – 44 4,0%
Salarisstijging 45 – 54 3,0%
Salarisstijging 55 – 66 2,0%
Franchiseontwikkeling 2,0%